Artistiek patrimonium van Didier Comès

De broer en zussen van de Belgische tekenaar Didier Comès, een van de grootste striptekenaars van de tweede helft van de 20e eeuw, hebben het complete artistieke patrimonium dat zij als wettige erfgenamen in ontvangst mochten nemen, geschonken aan de Koning Boudewijnstichting. Het gaat om originele prenten, boeken, tekeningen en documentaire archieven.

Op die manier voorkomen zij dat de nalatenschap die Comès levend zal houden, verspreid raakt. De tekenaar had in zijn testament nl geen enkele maatregel genomen om dit patrimonium na zijn overlijden te beheren.

Didier Comès werd geboren in 1942 en had een Duitstalige vader en een Waalse moeder. In 1969 begon hij strips te tekenen. Zijn strips verschenen in Le Soir, Pilote, Robbedoes, Kuifje en A Suivre (Wordt vervolgd). Tijdens zijn loopbaan als tekenaar (van Sventebold (1969) tot Dix de Der (2006) met daartussen Silence (1979), Eva (1985) en La maison où rêvent les arbres (1994) ) bleef zijn tekenstijl voortdurend evolueren.

Met zijn typerende zwart-wit stijl koos Comès voor een bijzonder sterk uitdrukkingsmedium. Hij liet zich hierbij inspireren door Amerikaanse tekenaars zoals Miton Caniff, Jack Davis en Paul Coker maar het zou vooral Hugo Pratt zijn - met wie hij ook nauw bevriend raakte - die hem sterk heeft beïnvloed.

Didier Comès vertelt ons echte legendes die zich afspelen in sombere en woeste werelden. Zijn geliefkoosde thema’s zijn het bovennatuurlijke en hekserij, met vaak een knipoog naar Ardense landschappen en de Fagne: een blik uit het raam volstond om inspiratie op te doen.

De Stichting zal samenwerken met het Musée en Piconrue in Bastogne voor het behoud en de voorstelling van het ontvangen oeuvre.