Een uitzonderlijke aanwinst voor het Rubenshuis
In maart 2026 verwierf de Koning Boudewijnstichting op de kunstbeurs TEFAF Maastricht een uitzonderlijk en zeldzaam werkje van Peter Paul Rubens (1577–1640), op vraag van het Rubenshuis in Antwerpen. Het gaat om een unieke combinatie van een eigenhandige tekening en een handgeschreven brief uit 1607 van de kunstenaar. Autografe tekeningen en brieven van Rubens verschijnen tegenwoordig maar zelden op de kunstmarkt. Dat beide op één blad samenkomen, maakt dit werk extra uitzonderlijk. Door dit waardevol erfgoeddocument terug naar België te halen en toe te vertrouwen aan het Rubenshuis, wordt een hiaat in de publieke collecties gevuld.
Kunsthistorisch belang en grote erfgoedwaarde
Het blad biedt een zeldzame inkijk in Rubens’ artistieke creatie en diplomatieke praktijk en documenteert op unieke wijze de veelzijdige rol van de kunstenaar in Europa. In september 1607 gebruikte Rubens het blad eerst als klad voor een brief in het Italiaans. Waarschijnlijk benutte hij kort daarna de keerzijde van het papier: tijdens een creatieve impuls schetste hij een snelle, spontane tekening, los van de inhoud van de brief. De brief is een zeldzaam bewaard gebleven brief van Rubens uit zijn Romeinse periode en vormt daarom een bijzonder waardevol erfgoeddocument. Hij toont Rubens als een jonge kunstenaar in zijn twintiger jaren, die niet alleen zijn artistieke talent ontwikkelt, maar ook een rol speelt binnen de culturele en diplomatieke infrastructuur van een Europees hof. Tegelijk herinnert het document aan de belangrijke rol van vrouwelijke kunstmecenassen, zoals Eleonora de’ Medici, in de productie, circulatie en waardering van kunst in de 17e eeuw. Het blad heeft een gedocumenteerde herkomst en maakte onder meer deel uit van de collectie van de Duitse kunsthistoricus Ludwig Burchard (1886–1960). Als een van de belangrijkste kenners van Peter Paul Rubens in de twintigste eeuw legde Ludwig Burchard de basis voor het Corpus Rubenianum Ludwig Burchard, de wetenschappelijke reeks catalogi over Rubens’ oeuvre die sinds 1968 wordt gepubliceerd. Zijn nalatenschap is dan ook nauw verbonden met het Rubenshuis.
Drie figuren in klassieke gewaden, vermoedelijk apostels
De tekening toont drie halflange figuren in klassieke gewaden, doorgaans geïnterpreteerd als apostelen, onder meer vanwege hun volumineuze draperieën en het feit dat twee van de mannen bebaard zijn. In de jongere figuur rechts, die met geopende armen staat, kan de apostel Johannes de Evangelist herkend worden. Er bestaan duidelijke parallellen met diens voorstelling in de reeks apostelen die Peter Paul Rubens omstreeks 1610–1612 schilderde. Apostelfiguren, die niet naar boven kijken maar eerder in een rustige, horizontale interactie met elkaar staan, komen vaak voor in composities rond thema’s zoals de Dood van Maria of scènes uit de Handelingen van de Apostelen. Tijdens zijn verblijf in Italië maakte Rubens intensief kennis met dergelijke voorstellingen, onder meer in werken van Caravaggio en Raphael, die een belangrijke inspiratiebron vormden voor zijn eigen artistieke ontwikkeling. De krachtige tekenstijl en losse uitvoering sluiten echter uit dat het hier puur om een kopie naar een bestaand schilderij zou gaan. Het blad moet eerder worden opgevat als een vrije studie voor een mogelijk toekomstig werk, dat al dan niet is uitgevoerd maar vandaag onbekend is. Zo’n studies zijn bijzonder zeldzaam binnen Rubens’ oeuvre uit zijn Italiaanse jaren. Op dit blad zette Rubens de mannen met grote spontaniteit op papier, met minimale maar trefzekere aanduidingen; bijvoorbeeld in de ogen, die bijna als kleine inktvlekjes verschijnen. Boven de meest rechtse figuur testte de kunstenaar bovendien kort zijn pen met een snelle krabbel, vermoedelijk om te controleren of er niet te veel inkt in de punt zat. Het ontwerp laat ons Rubens’ creatieve proces van dichtbij volgen.
Een zeldzaam document uit Rubens’ Italiaanse periode
Tegelijk vormt de brief op de keerzijde een belangrijk archivalisch en historisch document dat inzicht geeft in de politieke en culturele netwerken waarin Rubens zich tijdens zijn Italiaanse jaren bewoog, en meer bepaald in de belangrijke rol van vrouwelijke kunstmecenassen. De brief is snel opgesteld en lijkt een kladversie te zijn. Ze is gericht aan een schilder die een opdracht uitvoert voor een persoon die Rubens aanduidt als zijn “serenissima padrona”. Deze titel kan vrijwel zeker worden geïdentificeerd met Eleonora de’ Medici (1567–1611), echtgenote van Vincenzo I Gonzaga en hertogin van Mantua. Tijdens zijn verblijf in Italië tussen 1600 en 1608 was Rubens als hofschilder verbonden aan het Gonzaga-hof en werkte hij in directe relatie tot deze opdrachtgeefster. Eleonora de’ Medici, zuster van Marie de’ Medici, was niet alleen een prominente figuur binnen een van de invloedrijkste dynastieën van Europa, maar ook een actieve en ambitieuze kunstmecenas. Sinds haar huwelijk in 1584 gaf zij talrijke opdrachten voor schilderijen en portretten en tegelijk speelde zij een belangrijke politieke rol: wanneer de hertog afwezig was wegens militaire campagnes of reizen, trad zij op als regentes en nam zij het bestuur van het hertogdom waar. Het document getuigt zo van de belangrijke rol die aristocratische vrouwen speelden in de culturele politiek van Europese hoven, waar kunstproductie nauw verweven was met macht, diplomatie en representatie. De geadresseerde van de brief kan vrijwel zeker worden geïdentificeerd als de Romeinse schilder Cristoforo Roncalli, ook il Pomarancio genoemd. Hij had van Eleonora de’ Medici de opdracht gekregen een schilderij te vervaardigen voor haar privékapel. Uit de brief blijkt dat Rubens betrokken was bij het toezicht op en de evaluatie van dergelijke opdrachten. Dit illustreert hoe kunstenaars aan vorstelijke hoven niet enkel als uitvoerende kunstenaars fungeerden, maar ook als adviseurs en bemiddelaars binnen het mecenaatssysteem van hun opdrachtgevers. Rubens bevond zich in het najaar van 1607 in Rome, waar hij onderhandelingen voerde over kunstwerken voor de hertog en de hertogin van Mantua.
Presentatie en toegankelijkheid
Het Rubenshuis zal deze aanwinst inzetten voor zowel presentatie als onderzoek. Vanwege de lichtgevoeligheid van papier zal het werk niet permanent worden tentoongesteld, maar het zal wel direct aan het brede publiek getoond worden in de Rubens Experience van het onthaalgebouw, en dit gedurende 6 maanden, vanaf 19 mei 2026. Eens de permanente opstelling van de heringerichte kunstenaarswoning opnieuw te bezoeken zal zijn (ten vroegste vanaf 2030), zal het blad een belangrijke rol spelen binnen de vernieuwde scenografie. Daarnaast wordt het document digitaal ontsloten, zodat het ook online toegankelijk is voor een breed publiek en voor onderzoekers wereldwijd. Op die manier draagt deze aanwinst bij aan een beter begrip van Rubens’ oeuvre en zijn internationale context.
De rol van de Koning Boudewijnstichting
Via haar programma Erfgoed & Cultuur zet de Koning Boudewijnstichting zich in voor het behoud van het Belgisch erfgoed. In samenwerking met musea en openbare instellingen, en dankzij de hulp van vele filantropen, kunstverzamelaars en kunsthandelaars, verwerft zij betekenisvolle kunstwerken, documenten en objecten, zodat deze voor iedereen toegankelijk zijn.



